Welkom Cornelis Schuyt Vrijdag 8 juni Zaterdag 9 juni Zondag 10 juni Terugblik 2016 Wie is wie Contact
 

Cornelis Florisz. Schuyt (geboren in 1557, overleden op donderdag 9 juni 1616, begraven in de Pieterskerk op zondag 12 juni 1616) was op en top een Leidenaar. Hij was zoon van Floris Cornelisz. Schuyt, organist en stadsmuzikant te Leiden. Als muzikaal begaafd kind bevond Cornelis zich in de ideale positie om zich te ontwikkelen tot een musicus van aanzien. Daarbij zullen niet alleen de muzikale en didactische kwaliteiten van vader Floris, maar ook diens uitstekende contacten met het stadsbestuur van Leiden een doorslaggevende rol hebben gespeeld.

Over de vroege jaren van Cornelis bestaan weinig zekerheden, maar dat hij in het kader van zijn opleiding een studiereis naar Italië en omringende landen heeft gemaakt (vermoedelijk vergezeld door zijn vader) is zeker. Deze reis is zonder twijfel doorslaggevend geweest voor de ontwikkeling van Cornelis als componist. Naar alle waarschijnlijkheid heeft het stadsbestuur van Leiden deze reis financieel mogelijk gemaakt.

Het spinnen, het scheren van de ketting, en het weven, Isaac Claesz. van Swanenburg, 1594-1596

Op 11 maart 1593 werd Cornelis door het stadsbestuur als tweede organist aangesteld. Vader en zoon bespeelden afwisselend de orgels van de Pieterskerk en de Hooglandse- of Pancraskerk, niet alleen tijdens diensten, maar op verzoek van het stadsbestuur ook bij feestelijkheden en officiële gebeurtenissen.

 

Ook het opluisteren van officiële diners van notabelen met wereldlijke muziek ging tot de taak van Cornelis behoren, evenals het onderhouden van de speeltrommel van het carillon van het stadhuis. Daarnaast werd van hem verwacht dat hij muzieklessen aan de meest begaafde zangers van de cantorij gaf. Al met al dus een breed palet aan taken dat alleen uitgevoerd kon worden door een zeer breed ontwikkeld en gedreven musicus.

Gezicht op de Vismarkt, anoniem, circa 1600

Hoe innig de band tussen Cornelis Schuyt en het stadsbestuur van Leiden was blijkt wel uit het feit dat het stadsbestuur hem allerlei privileges bood, en dat Schuyt tot aan zijn dood in 1616 in dienst van de stad zou blijven. In de 23 jaar van deze aanstelling was Cornelis Schuyt zonder twijfel de man die het muzikale gezicht van Leiden bepaalde. In deze periode verschenen ook de uitgaven van de bundels met madrigalen en instrumentale muziek van Schuyt.

Over het muzikale leven in Leiden in deze periode is meer bekend. Zo woonde bijvoorbeeld ook Joachim van den Hove, een internationaal bekende luitspeler, tussen 1593 en 1616 in Leiden, waar hij onder meer luitles gaf aan prins Frederik Hendrik. Schuyt en Van den Hove werkten geregeld samen en Van den Hove heeft zeker één compositie van Schuyt voor luit bewerkt.

 

Vanaf 1612 had Leiden vaste stadsmuzikanten in dienst, onder leiding van Jan Jorden (of John Jordan). Jorden was waarschijnlijk met de groep Engelse muzikanten die Leiden een aantal jaren aandeden meegekomen en had zich in Leiden gevestigd. Bij diverse gelegenheden moeten deze stadsmuzikanten met Schuyt samengewerkt hebben.

Ook zijn Schuyts collega-organisten en enkele luitspelers bekend, onder wie de predikant Adriaen Smout. In diens verzameling luitstukken, waar hij in zijn studententijd mee begonnen was, staan veel straatdeuntjes en bewerkingen van populaire muziek, die soms alleen uit dit "Thysius luitboek", dat in de Thysiusbibliotheek op het Rapenburg bewaard wordt, bekend zijn.

Ook over de rederijkerskamers in Leiden is bekend dat daar muziek werd gemaakt. De stadssecretaris Jan van Hout was bijvoorbeeld actief betrokken bij de heroprichting van “De witte Acoleyen” in 1596. Het is bekend dat er intensieve contacten tussen de rederijkers en Schuyt zijn geweest.

Duidelijk is dat er in de periode dat Cornelis Schuyt in dienst was van de stad Leiden veel gemusiceerd werd en dat Schuyt daar als een ware pater familias een initiërende en leidende rol in heeft gespeeld.

De spijziging van de verloste Leidenaren op 3 Oktober 1574, Pieter van Veen, circa 1615