pagina sluiten      
   

Vrolijcke Bijeencompsten: Het Muziekleven in Leiden rond 1600

Lezing door Jack Scholten

De titel van de lezing is ontleend aan de aanstellingsbrief van Jan Jorden als stadsmuzikant in 1610, waarin staat dat hij moest spelen “op alle zoo ordinaryse als extraordinarise maeltijden ende vrolijcke bijeencompsten”.

Cornelis Schuyt was in zijn tijd onbetwist de belangrijkste toonkunstenaar in Leiden. Maar hij was zeker niet de enige. Er waren meer musici met een officiële aanstelling: organisten, beiaardiers of de stadsspeellieden, die optraden tijdens maaltijden van de burgemeesters of bij de ontvangst van hoge gasten. Studentenfeesten werden vaak opgeluisterd door luitspelers, zoals de vermaarde Joachim van den Hove, de evenknie van Schuyt. Verder kennen we uit archiefstukken nog talrijke andere muzikanten, al dan niet beroeps, die toneelvoorstellingen van de rederijkers begeleidden of voor dansmuziek zorgden op bruiloften en partijen. Ook bouwers van instrumenten in Leiden hebben hun bijdrage geleverd aan de bloei van het muziekleven. Het aardige is bovendien dat we nog afbeeldingen hebben uit die tijd en dat er in de stad nog steeds veel plekken zijn aan te wijzen die herinneren aan die roemrijke muzikale geschiedenis.