pagina sluiten      
 

Dit beiaardprogramma bevat muziek die gevonden had kunnen worden in de bibliotheek van Cornelis Schuyt. Het carillon was in de tijd van Schuyt een instrument dat nog in de kinderschoenen stond; de meeste beiaarden bestonden uit niet meer dan tien tot twintig klokken die ook nog eens matig gestemd waren. Wel laat veel muziek uit de late 16e en vroege 17e eeuw zich goed bewerken voor carillon, zoals sommige stukken van Jan Peterszoon Sweelinck de – excuus voor Cornelis – beste Nederlandse componist aller tijden. Dat Sweelinck ook nog eens decennialang organist was van en begraven ligt in de kerk waar de concertgever van dit concert kerkmusicus is, is een aardige bijkomstigheid. Het klavierwerk ‘Ballo del Granduca’ is een variatiewerk in de typerende stijl van Sweelinck: korte motieven en snelle toonladderfiguren bepalen het karakter van dit werk.

De Engelsman, jurist en componist Anthony Holborne was in zijn dagen een gerespecteerd musicus, getuige de werken die iemand als John Dowland aan hem opdroeg. Zijn bewerking van een Galliarde van Byrd vormt de brug naar The Queenes Alman van de belangrijke componist van koor- en klavierwerken William Byrd. De bewerking werd speciaal gemaakt voor dit concert. De melodie van The Queenes Alman was bekend ‘all over Europe’. In Duitsland vinden we kerkliederen op deze wijs, maar ook in Italië genoot de melodie bekendheid onder de naam ‘La Moniche’. De eigenzinnige componist Girolamo Frescobaldi gebruikte het gegeven voor een variatiereeks.

 

Carillonconcert "Gonzend brons"

Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621)
Ballo del Granduca (bew.: Bernard Winsemius)

Anthony Holborne (1545-1602)
Maister Birds Galliard (bew.: Henk Veldman)

William Byrd (1543-1623)
The Queenes Alman (bew.: Christiaan Winter)

Anthony Holborne
The Oulde Almaine (bew.: Henk Veldman)

Girolamo Frescobaldi (1583-1643)
Partite sopra La Monicha
(bew.: Bernard Winsemius, enkele variaties)

Cornelis Schuyt (1557-1616)
O Leyda Gratiosa (bew.: Christiaan Winter)

Jhr Jacob van Eijck (1590-1657)
Onder een linde groene

Jan Pieterszoon Sweelinck
Onder een linde groene (bew.: Henk Veldman)

Christiaan Winter

 

Cornelis Schuyt heeft – uiteraard – geen beiaardmuziek nagelaten, hoewel het stadhuis van Leiden al sinds 1460 een klokkenspel(letje) had. Helaas is ook al zijn klaviermuziek verloren gegaan. Daarom heeft de beiaardier voor dit concert een van Schuyt’s koorwerken bewerkt voor beiaard en bij die gelegenheid het ingekort en minder-dan-zesstemmig gemaakt om Leiden te behoeden voor al te veel klokgeweld. Overigens laat de speelautomaat van de stadhuistoren, die elk kwartier zijn melodietjes over de stad uitstrooit, deze dagen ook muziekfragmenten van Cornelis Schuyt horen, onder andere motieven uit dit koorwerk ‘O Leyda Gratiosa’.

Jonkheer Jacob van Eijck was nog een jonkheertje gedurende Schuyts leven, maar deze fluitist en beiaardier (hij was klokkenist van de Domtoren in Utrecht) schreef muziek die in zijn dagen zowel op fluit als op carillon werd uitgevoerd. Daarom is het aardig te laten horen welke muziek geklonken zou kunnen hebben op de carillons in de tijd van Schuyt. Overigens heeft Van Eijck een zeer belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de goed gestemde carillonklokken. Deze blinde musicus was gezegend met een zeer scherp gehoor en ontdekte op welke plek in de klok de boventonen huisden. Door de klokken op een draaibank te plaatsen en op de juiste hoogte uit te slijpen wist hij in samenwerking met de grootse zeventiende-eeuwse klokkengieters Hemony perfect zuiver gestemde klokken te maken.

We eindigen met wie we begonnen. De door Van Eijck geïntroduceerde melodie werd door Sweelinck bewerkt tot een virtuoos klavierwerk. Zó virtuoos dat een van de variaties op beiaard niet te spelen is vanwege het snelle passagespel in de bas. De bewerker heeft die derde variatie – gelukkig – ingekort.